Skip to main content

Informatievaardigheden - CIW studiejaar 1: Inleiding

Introductie

In dit hoofdstuk maak je kennis met (het gebruik van) bestanden. We leggen uit welke soorten bestanden beschikbaar zijn bij de Universiteitsbibliotheek van Groningen en hoe je ze kunt gebruiken om wetenschappelijke literatuur te vinden. We gaan ook in op het gebruik van Google Scholar.

We laten drie soorten bestanden zien:

  • Bibliografische bestanden
  • Full-text tijdschriftbestanden
  • Full-text boekbestanden

Verderop in dit hoofdstuk vind je voorbeelden van de verschillende soorten bestanden en hoe je ze moet gebruiken.

Bestanden en Databases: synoniemen

In deze cursus gebruiken wij consequent de term Bestanden. De betekenis van deze term is dezelfde als bij de termen 'elektronische bestanden', 'databases', 'bibliotheekbestanden' of 'zoeksystemen'.

Leerdoelen

Na bestudering van dit hoofdstuk ben je in staat onderscheid te maken tussen de verschillende zoeksystemen die beschikbaar zijn bij de Universiteitsbibliotheek van Groningen. Ook ben je in staat om die zoeksystemen te kiezen die voor jouw specifieke onderzoeksvraag relevant zijn. En kun je deze op efficiënte wijze gebruiken.

Bestanden, beschrijvingen en velden

Bibliotheekbestanden bevatten informatie over publicaties, en soms ook de volledige tekst van de publicaties. Het bestand geeft een beschrijving van elke publicatie. Er zijn aparte velden voor elk element waaruit zo'n beschrijving bestaat. Veel gebruikte velden zijn:

  • auteur
  • titel
  • publicatiejaar
  • plaats van publicatie
  • uitgever
  • in het geval van een tijdschriftartikel: de titel van het tijdschrift waarin het gepubliceerd is
  • in het geval van een artikel in een geredigeerde bundel: de titel van de bundel

Alle bovengenoemde elementen worden gebruikt voor het identificeren van de publicatie.

Verder hebben met name bibliografische bestanden nog toegevoegde elementen die het onderwerp van een publicatie beschrijven:

  • abstract (korte inhoud)
  • trefwoorden of codes voor onderwerpen (deze worden soms onderverdeeld in categorieën: in termen voor onderwerpen, plaatsen, personen, tijd)
  • publicatietype (tijdschriftartikel, boek, hoofdstuk uit een boek, boekrecensie, etc)
  • peer reviewed (ja of nee)
  • de taal waarin de publicatie geschreven is

Uitgebreid zoeken

Als je een eenvoudige zoekactie (basic) doet, doorzoekt het bestand de hele inhoud van de beschrijvingen. Bij uitgebreid zoeken (advanced) kun je je zoekactie beperken tot specifieke velden. Zo'n inperking geeft preciezere resultaten.

In het volgende hoofdstuk krijg je een introductie van het bestand Communication & Mass media Complete, waarin je bijvoorbeeld kunt zoeken op de naam van iemand als:

  • SU = subject, levert publicaties over deze persoon
  • AU = auteur, levert publicaties van deze persoon

Je vindt deze doorzoekbare velden in de drop-down boxes.

Ook biedt het uitgebreide zoekscherm limiters (filters waarmee je je resultaten kunt beperken) in het menu aan de linkerkant. Mogelijke limiters zijn: literatuurtype (artikel, recensie, boek), taal, jaar van uitgave.

Dit zijn allemaal mogelijkheden om je zoekresultaat kleiner en preciezer te maken.

Gestandaardiseerde trefwoorden en precisie

Wat betekent 'precisie' in literatuuronderzoek? Als je publicaties over een bepaald onderwerp zoekt en je vindt 10 resultaten en alle tien zijn exact juist voor het onderwerp waarop je zocht, dan heb je een precisiegraad van 100%. Dat is heel erg hoog en niet heel realistisch. Gewoonlijk is een behoorlijk deel van je zoekresultaten niet helemaal wat je zocht. SmartCat scoort bijvoorbeeld niet hoog op precisie. Bibliografische bestanden scoren beter omdat ze gestandaardiseerde trefwoorden gebruiken. Dit betekent dat ze met een vast stel trefwoorden werken.

Wanneer beschrijvingen van publicaties worden toegevoegd aan een bibliografisch bestand, leest een indexer (iemand die bekend is met het onderzoeksveld en met de terminologie van het bestand) de publicatie en voorziet de beschrijving van nuttige onderwerpstermen/trefwoorden. De indexer gebruikt de gestandaardiseerde trefwoorden van het bestand.

Gestandaardiseerde terminologie biedt veel voordelen bij het zoeken. Als je een zoekactie doet met een index trefwoord in het onderwerpsveld zul je alleen maar publicaties vinden waarvan de indexer heeft besloten dat het onderwerp belangrijk was in de publicatie. Gestandaardiseerde terminologie vermindert RUIS, d.w.z. het vermindert het aantal resultaten dat niet relevant is.

Bibliografische bestanden gebruiken gestandaardiseerde trefwoorden. Full-text tijdschriftbestanden en Google Scholar gebruiken die niet. Als je daarin zoekt, zoek je met trefwoorden die je zelf bedenkt (natural language keywords). Je vindt dan veel meer publicaties die niet echt relevant zijn voor je onderwerp.

Het gebruik van gestandaardiseerde trefwoorden in je zoekactie

Als je gestandaardiseerde trefwoorden wilt gebruiken in je zoekactie moet je eerst weten welke dat zijn. De beste manier om ze te vinden is:

  • Begin met een zoekactie waarbij je eigen trefwoorden gebruikt, dus woorden of frasen die je onderwerp beschrijven
  • Bekijk je resultaten en let vooral op de beschrijvingen van een paar relevante publicaties
  • Kijk naar het Subject veld of het Descriptor veld van zo'n publicatie en zie welke gestandaardiseerde trefwoorden eraan zijn toegekend

De meeste bibliografische bestanden hebben een lijst met trefwoorden die ze gebruiken: een index of een thesaurus. Je kunt deze doorzoeken om geschikte trefwoorden te vinden.